Le tuf de France (part deux)

Na ons hachelijke avontuur tuften we vrolijk dieper Frankrijk in en ik vroeg me af waarom we deze route namen in plaats van de zonroute naar het zuiden. En toen bedacht ik me dat we eerst nog cultuur gingen opsnuiven natuurlijk. Wat is nou een vakantie zonder cultuur opsnuiven, vraag ik je? Oradour-sur-Glane had ik een blaadje zien staan, ik moest daar naartoe. Oorlogfetisjist als ik ben. In dit plaatsje zijn de meest gruwelijke misdaden gepleegd tijdens de oorlog en het ziet er nog steeds zo uit als in 1944. We waren er diep van onder ingedrukt en mocht je daar ooit in de buurt zijn, een aanrader.

De zonroute, of zoals de Fransen zo prachtig zeggen; A7, daar moesten we heen. Ik had een landkaart van Frankrijk op ware grootte over de motorkap gevouwen en zag in een oogopslag, ik ben immers een man 😉, dat er twee opties waren. Optie 1 was een kleine 100 kilometer over een snelweg terug en optie 2 was een tussendoorweggetje van exact 32 kilometer. De keuze was snel gemaakt.
Nu blijken Franse tussendoorweggetjes van exact 32 kilometer in werkelijkheid slecht onderhouden schijtwegen van 847 kilometer te zijn en ik begon me meer en meer af te vragen waarom ik niet naar voormaligje had geluisterd toen ik mijn keuze doordramde.
Zucht.

Halverwege de middag bereikten we dan eindelijk de hemelse weg en ik trok de conclusie dat mijn 14 pagina’s tellende rittenschema wel in de prullenbak gemikt kon worden. (kaartleesgrap alert) Dit tot opluchting van voormaligje, ze is een vrouw immers 😄
Het was bloedheet maar mensen, wat was ik in mijn nopjes! Zonnebrilletje op, overhemd open, armpje uit het raam, lekker muziekje aan en de airco uit. Want die zat toch niet in de Peu. En lekker toeren van tolpoort naar tolpoort. Heerlijk!
Voorbij Lyon werd het heuvelachtiger en ik merkte dat de Peu er wat moeite mee kreeg. Maar ook luid toeterende en met grootlicht seinende auto’s achter me gaven me die indruk. Ik ging uit de meest linkerbaan. Nog verder naar het zuiden werd het zelfs bergachtig en ik moest iets verzinnen om mijn voiture nog enigszins waardig te houden. Ik paste mijn rijtactiek aan. Ik moest wel.
Bij het aanzicht van een berg versnelde ik naar z’n top van 145 en zo knalde ik die berg op. Maar hoe ik het ook probeerde en hoe mijn Peutje ook zo z’n best deed, halverwege viel ik bijkant stil. Tot enorme ergernis van de mede routegebruikers.
Aan alle kanten vlogen auto’s ons voorbij. Auto’s met caravan scheurden ons voorbij. Vrachtauto’s vroemden ons voorbij. Boze boeren op tractors reden ons voorbij. Op een gegeven moment passeerde zelfs het Tour de France peloton ons langs de linkerzijde. Mèn, de schaamte!
Een gendarmeriër op motor vond het mon dieu! en stuurde me naar de meest rechtse baan. De loserbaan. Tussen de zwaar beladen vrachtwagens in. Die met 30 km/u omhoog gaan.
Zucht.
Voormaligje had het hele ritueel niet meegekregen en vroeg waarom ik hier ging rijden. Ik zei dat we er zo af moesten.
Dat de afrit nog 312 kilometer duurde heb ik er maar niet bij gezegd.

De tuffer heeft ons daarna nog 3 keer heen en weer gebracht en is in 2004 overleden.
RIP zacht, mon voiture amour ❤️

Le tuf de France (part une)

 Ik parkeerde gisteren zowaar naast m’n autootje van lang geleden. Nou ja, niet dezelfde want die is in het heetst van de tijd gestorven maar wel hetzelfde type. Een Peugeot 205 Colorline. Een dieseltje. Schitterende wagen. Comfort van m’n kont, uitstraling van m’n kont, vermogen van m’n kont maar wat hebben we een plezier van deze voiture gehad. M’n tuffertje.

Vakantie naar Frankrijk, lang geleden. Zuid Frankrijk dat is want je kunt wel in Noord-Frankrijk resideren maar dan is het nog elke dag een pokke end rijden naar de Middellandse zee, redeneerden wij. Voormaligje reed het eerste stuk want ik had waarschijnlijk de avond ervoor onze aanstaande vakantie gevierd met zwagert want zo ging dat lang geleden.
De auto tot de nok gevuld, de tank vol diesel en de banden op volle hardheid. En ja hoor, dat vond voormaligje niet fijn rijden. Zucht, vrouwen….. Ergens bij een tankstation stopten we voor de eerste pauze en één van ons betaalde binnen de tankbeurt en één van ons liet wat lucht uit de banden glippen. Ik laat even in het midden wie wat deed maar laten we voor het verhaal maar aannemen dat voormaligje het laatste deed.
Midden op de Periferique, net voorbij Parijs, kwamen allemaal Fransosen en Fransoosters naast ons rijden. Druk zwaaiend en wijzend probeerden ze mij iets duidelijk te maken. Maar ik spreek geen woord Frans gebarentaal dus zwaaide ik vrolijk terug. Ze zullen het wel leuk vinden, een Nederlands stelletje in zo’n petit Frans autootje, dacht ik.
Plots zag ik witte rook langs mijn raam fladderen. Huh? Ik draaide mijn raampje open en zag dat de rook bij het linkervoorwiel vandaan kwam. Stond mijn voorband bijna in de fik! Ja hallo! Had niemand me even kunnen waarschuwen? Arrogante Fransen! Zucht.
Bij een tankstation koelden we de band af met water en pompte ik beide voorbanden op, op gelijk niveau.

Een vriendelijke Frans kwam naar ons toegelopen en vroeg me of ik hem kon helpen. Tenminste, dat begreep ik. Ik spreek geen woord Frans. De scooter van zijn zoon stond achter het tankgebouw geparkeerd want was stuk en hij wilde ‘m achterin zijn auto hebben. Tenminste, dat begreep ik. Ik spreek geen woord Frans. Tuurlijk wilde ik de man helpen, ik ben tenslotte niet voor niets een menseninnoodredder. De man gaf me een wit overallgeval zodat mijn zomerse outfit (overhemd, korte broek, slippers, zonnebril) niet onder de smerige smeer zou komen te zitten. Nou zeg, wat een sympathieke geste van die vriendelijke man, dacht ik. Ik hoefde niet eens al mijn kracht te gebruiken, in een wip stond de scooter achterin. De man gooide de achterdeuren van zijn auto dicht, bedankte me uiterst vriendelijk en reed zwaaiend weg.
Onze Peu was ook weer klaar voor gebruik, wij vervolgden onze weg. “Heb jij nou net geholpen een scooter te stelen?”, vroeg voormaligje. “Nee joh, die was van zijn zoon.”, antwoordde ik.
Toch? TOCH? 😬🙄

Herinneringen kweken

Man man man, wat is mijn leven ook een strak georganiseerd geheel hè? Schreef ik vorig jaar over ‘mijn eerste hoogtepunt’ en exact een jaar en een dag later is het zover.
Ik nam Sam mee naar een play off wedstrijd van Donar en, hoe toevallig, weer tegen de mannen van Den Bosch.
Via via via via had ik 2 kaartjes kunnen bemachtigen (connecties: altijd handig) en tegen 7 over half 7 liepen we richting Martini Plaza (dichtbij wonen: altijd handig). Onderweg vertelde ik dat het waarschijnlijk heel druk zou worden en dat baarde hem zorgen. “Hoe lang is die rij dan?” “Ik heb een keer met oma een half uur in de rij gestaan.”, zei hij somber. Oh, dacht ik, dit moeten we niet hebben, het moet natuurlijk wel een reusachtige ervaring voor hem worden.
En dus vertelde ik anekdoten uit mijn jonge (lees alcoholische) jaren terwijl we door mijn oude buurt liepen. Slappe lachen was het bij ons.

Martini Plaza is niet meer de Evenementenhal van vroeger, ik had geen idee waar we naartoe moesten. Achter de infobalie stond een meid, type spetter. Ik vroeg naar de hoe en wat en we flirtten opzichtig met elkaar. Tot mijn oog viel op de 2 tattoos boven haar units in haar sympathieke decolleté. Ik kapte het gesprek af en nam Sam bij de hand. Tssss, dat ziet er toch niet uit!
We zaten ergens halverwege bovenin en (sarcasme modus on) gelukkig zaten we maar 10 meter van de plaatselijke trommelaars af. (sarcasme modus off). We hadden er tenslotte ook pal naast kunnen zitten en ik bedacht me dat het maar goed was dat Teun niet mee was.
De hal stroomde vol, de warming up werd gedaan, de spelers werden spectaculair voorgesteld en ik vroeg Sam wat hij ervan vond. “Nou, net als bij het eerste van korfbal.” ………………………… Oh. Bummer 😬😞.

De eerste helft speelde Donar niet best, Sam concentreerde zich vooral op de spelregels en hoe vals de tegenstander soms speelden. Na de rust zag ik een heel ander Donar.
Maar ook een hele andere Sam! Hij werd ineens bloedfanatiek! “MIS MIS MIS” als Den Bosch een vrije worp mocht nemen. Met gebalde vuisten omhoog springen als Donar scoorde. En meedoen met de trommelaars “DONAR boemboemboem DONAR boemboemboem.” Ik vond het prachtig om te zien. Hij was om, hij genoot.
Donar won ook de derde play off wedstrijd en ze zijn hard op weg om weer landskampioen te worden.

Op de terugweg had ik een heel blij mannetje aan m’n hand. Ik was trots. Net als ik 35 jaar geleden vergeet hij dit nooit meer.
En Teun? Die had zich prima vermaakt met oma. Zijn doop komt volgende maand, als we met ons drietjes naar het Nederlands elftal gaan.

We herinnering kweek’en!

Vakantie plannen

Mijn hart maakte een klein sprongetje toen ik las dat Verkeerspark Assen een doorstart heeft gemaakt. Niet in Assen maar in het prachtige Appelscha te Friesland (oh, da’s dan weer jammer) op park Duinen Zathe.
Ik heb mooie herinneringen aan Verkeerspark Assen. Nou ja, mooie herinneringen? Ik weet nog dat we altijd met verjaardagsfeestjes van vriendje Richard daarheen gingen. En dat ik het altijd leuk vond. Dus ja, eigenlijk wel mooie herinneringen.
En ik ben er 5 jaar geleden op mijn eerste solo-vakantie met Sam geweest, Teun was nog te klein. Maar dat was niet zo’n succes. Het was niet al te best weer, er waren geen gewillige vrouwen/moeders er was geen ruk te doen en Sam was nog net iets te klein om zelf in de karretjes te rijden en zat hij dus bij mij op schoot terwijl ik mij het schompes trapte in dat veel te krappe autootje. Zucht, en dan de mensen maar zeggen dat ik het alleenstaande vader zo makkelijk heb…….. 
Toen Teun oud en groot genoeg was om ook mijn jeugdherinnering te ervaren, ging Verkeerspark Assen ineens failliet. Tsss, de lutsers! Zucht, en dan de mensen maar zeggen dat ik het alleenstaande vader zo makkelijk heb…….. 

Maarrrrrrrrrrrr, ze zijn er weerrrrrr! En da’s goed nieuws voor mijn vakantieplannen.
Verkeerspark Assen in Appelscha kan ik mooi bijschrijven op de vakantie to-do-list 2017. En die raakt alweer aardig vol, kan ik melden.
Ik heb de lijst gisteren even doorgenomen met de jongens.

Casa di moeke; JAAAAAAH! 😄

Hoornseplas; JAAAAAH! 😃

Pyramides van Gizeh; mwoah nee. 😬

Verkeerspark; JAAAAAAH! 😃

Papiermolen; JAAAAAAH! 😃

Niagara watervallen; mwoah nee. 😕

Disneyland Florida; mwoah nee. 😝

Bioscoop Cars 3 en Smurfen 3; JAAAAAAAAAH! 😁

Hangende tuinen van Sexbierum; NEE! 😬

Truckstar festival; JAAAAAAAAH! \😃/

Krugerpark; mwoah nee (er is toch wel een dierentuin in de buurt?) 😞

Johan Cruijff veldje; JAAAAAAH 😃⚽️

Papa, zoek ook nog ff iets uit waar jij vrouwen op de kop kunt tikken. Wij redden ons wel…………. 

Zo fijn dat de jongens al een eigen meninkje ontwikkelen en dat we samen onze vakantie kunnen plannen. Het wordt zo voor een alleenstaande vader als ik alleen maar makkelijker. 

Ik ❤️ dat.

 

Als ik praat, moet jij stil zijn

Legendarische uitspraak van de man die ik ooit mijn tweede vader noemde.

Wim kwam na mijn diensttijd in mijn leven. In de tijd dat ik (wéér) dreigde te ontsporen en ‘lang leve de lol’ de bovenhand had. Ik ging het huis uit en mijn vader liet me ‘los’. Ik zou het allemaal vanaf dat moment zelf wel even doen en in al mijn eigenwijsheid en eigengereidheid stortte ik me in het volwassen leven.
Met vallen en opstaan, met horten en stoten, met regelmatig keihard op m’n bek gaan en met soms helemaal in de war zijn ging het aardig bergafwaarts maar gaandeweg omringde ik me met oudere (volwassenere) mensen en Wim was daarvan de oudste.

Wim was elftalleider van het 4e elftal, het gezelligheidsteam, van de plaatselijke voetbalclub. Na de wedstrijden was het bieren. Lang leve de lol.
Maar regelmatig mondde het uit in discussies. Soms felle discussies. Ik, als jongste van het stel, had vaak de grootste bek en ging een gestrekt been en op de man af niet uit de weg. Boze mensen om me heen.
Dan was het altijd Wim die mij tot de orde riep; “Als ik praat, moet jij stil zijn!”  Als een klein kind liet ik mij dan in de hoek zetten. Leermomenten waren dat.

Ik ben 200 km verderop gaan wonen en het contact verwaterde maar wat heb ik veel aan die man te danken. Wat heb ik veel met die man gepraat. En wat heb ik veel levenslessen van die man geleerd. Ik durf zelfs te beweren dat hij op een bepaald moment de belangrijkste man in mijn leven is geweest. Als mijn vader geen grip op me kreeg was daar altijd nog Wim die mij met de neus op de feiten drukte.
Hij was op een bepaald moment in mijn leven eigenlijk mijn tweede vader. Ik besef me nu pas dat hij toen niet zo heel veel ouder was dan ik nu ben.

Vandaag bracht ik een laatste groet aan Wim.
Bedankt dat je op het juiste moment in mijn leven kwam.

Rust zacht, vriend.

Johan

Ik had na mijn veertiende niets meer met voetbal. Ik was er klaar mee.
Ja, toen we in ’88 kampioen werden feestte ik natuurlijk keihard mee maar het competitievoetbal volgde ik niet meer. Als ik het al ooit gevolgd had.
Ik kan dan ook niet met zekerheid zeggen dat ik Johan ooit, via Studio sport weliswaar, in levende lijve heb zien spelen.

Na mijn diensttijd ging ik toch weer voetballen. Deze keer bij een gezelligheidsteam en hier raakte ik bevriend met Johan. Johan was idolaat van Johan, hij had zelfs zijn zoon óók Jordi genoemd. Bevlogen kon hij vertellen over Johan. Johan was de allerbeste ooit. Ik raakte geïnspireerd en ging mij toch eens verdiepen in Johan. Boekjes, bladen, videobanden, alles bekeek of las ik en al snel was ik om. Johan was inderdaad de allerbeste aller tijden.
“voetbal is heel simpel maar het moeilijkste wat er is, is simpel voetballen”.
Dè uitspraak die ik veelvuldig gebruikte in mijn coach-tijd.

Het jaar is omgevlogen. Inmiddels zijn mijn jongens ook gegrepen door het voetbalvirus.
‘Papa, wie is de beste? Messi of Ronaldo?’
Ik antwoord dan steevast; ‘Johan Cruijff was de allerbeste ooit. Daar komt nooit iemand in de buurt’.

Bij partijtjes mag iedereen dan ook Ronaldo of Messi zijn, mijn jongens zijn altijd Johan.