Karaokekoning

Vrijdagavond is ontspanningsavondje in hoofde Manus. De rest van de week is m’n hoofd gevuld met ideeën – plannen – zorgen – stress – teleurstellingen – verontwaardigingen – woede enzovoorts (dat ik nog niet knalgrijs ben is mij een raadsel) maar op de vrijdagavond parkeer ik deze energievreters even in de koelkast. Dan ga ik naar m’n matties en matressen, m’n intieme vrienden. Even een avondje slap ouwehoeren, dom lullen en lachen, gieren, brullen.

Voorheen ging de tv aan en keken we die leeghoofdprogramma’s op SBS of RTL maar een tijdje terug heeft mattie een kast van karaokeapparaat op de kop weten te tikken. En mensen, laat karaoke nu al een kleine 30 jaar mijn lievelingsuitvinding zijn! Al een kleine 30 jaar geleden zocht ik het meest foute nummer uit en gaf ik vol overgave en enthousiasme een showtje weg. Inclusief hoge stemmen, gilletjes, uithalen, gitaargeluiden en danspasjes. Meestal tot enóóóóóóóóóórme ergernis van de toehoorders trouwens.
Want zingen kan ik niet. Ik weet nooit wanneer ik nou vanuit mijn buik moet zingen of vanuit mijn keel. Vanuit mijn buik krijg ik de hoge noten niet en vanuit mijn keel gaat het direct weer veul te hoog. Maar, om eerlijk te zijn, boeit me dat helemaal niet zo veel. Het belangrijkste is dat ik de teksten en de melodieën ken. En dat vind ik toch wel een voorwaarde om te karaoke’en hoor! Nou ja, natuurlijk ken ik niet alle teksten van alle liederen letterlijk maar ik weet vaak wel hoe en wanneer een woord wordt gezongen en, ook niet onbelangrijk, ik weet hoe je Engelse woorden uitspreekt.

Maar lieve lezer, soms sta zelfs ik versteld van mezelf. En gisteravond was zo’n somsmoment. “Jij kan heel goed rappen!”, werd mij toegeschreeuwd. “Jij hebt toen een keer een hele avond alle rapnummers meegezongen!” Ik fronste de wenkbrauwen. “Ja, dat zal maar dat was dan waarschijnlijk playback.”, antwoordde ik.
Ik werd door de aanwezige mattie en matressen onder druk gezet om te gaan rappen en het duurde welgeteld 3 seconden, toen zwichtte ik.
Ik zocht op de foon ‘Rappers Delight’ (de kwartierversie!) op, zonder tekst!, en drukte op play. Nu wil ik niet overdrijven hoor maar zeker 98,7% van de tekst floepte ik er zo uit! HUH, ben ik een carrière misgelopen ofzo????

En toen ik even later ‘Wuthering Heights’ op de juiste toonhoogte ook nog meezong, wist ik het weer zeker.
Ik ben nog steeds de enige echte karaokekoning.

Advertenties

Vrouwen dansen, mannen sjansen

Ken je die uitdrukking? Zal wel niet want volgens mij heb ik ‘m net zelf verzonnen (oh, ff een © erbij doen! Vrouwen dansen, mannen sjansen ©). Vrouwen sloven zich uit – mannen kijken, kiezen en scoren.

Een beetje vrouw moet kunnen dansen. Dat zeg ik. Sterker nog, weinig woest aantrekkelijker dan een prettig dansende vrouw. Want dat is wel een vereiste, het moet er wel prettig uitzien. Een beetje lullig op de maat heen en weer bewegen is niet genoeg, je moet het ritme voelen. Dan heb je heul snel de aandacht van mannen. Of wacht, dan heb je de aandacht van mij. De meeste mannen kijken met hun pielemoos, ik ben toch iets kritischer.

Ik was eens met mijn damesvoetbalteam op stap naar een discotheek. Zo’n megageval waar 100 miljoen hormonale pubers waren. Al snel had ik in de gaten dat ik de Padre Fernantius in de hele toko was dus koos ik een plekje aan de bar. Wat eigenlijk altijd een prima plek is trouwens! Mijn meiden gingen hun gang, feesten zoals ze konden. Ik genoot.
Mijn oog viel op een groepje meiden op de dansvloer. Vier meiden. Met allemaal testosteronboys eromheen. Of eigenlijk om drie van het groepje. Het vierde meiske was, hoe zal ik het brengen, niet de mooiste. Beetje gezet en klein. En zij was duidelijk mee om de kosten te delen ofzo. Want dat doen meiden/vrouwen. Ze nemen altijd een ‘lelijkerd’ mee om zelf meer in de spotlichten te staan.
Vrouwen………..zucht.

MAAR ZIJ KON DANSEN, MENSEN!!
Zij had me daar een partij ritmegevoel! Ik vond dat fantastisch om te zien.
Ze werd compleet genegeerd door de jongens in de buurt en ook haar vriendinnen keken niet naar haar om. Ik vond het sneu voor d’r.
Push up van de Freestylers kwam. Oe, lekkah nummah! M’n lijf begon te vibreren. M’n zwarte wortels begonnen te klepelen. Het was tijd om m’n dansmoves te showen.

Nou lieve lezer, je kunt natuurlijk wel raden hoe dit afliep. Het meiske heeft een hele leuke en gezellige avond gehad met ‘die ouwe vent’. En die vriendinnen heb ik tussen neus en lippen geadviseerd wellicht wat minder make up te gebruiken 🤡😉.

Ze zouden zo’n verhaal eigenlijk eens moeten verfilmen ofzo.

We prettig dans’en!

Ben er nou toch

Moeke begon er eind vorig jaar over. Ze wilde de deurkozijnen binnen wel in een ander kleurtje. Ik kon haar niets anders dan gelijk geven. Pa was namelijk minimaal 10 jaar geleden met deze klus begonnen en heeft het niet af kunnen maken. Moeke denkt en zegt dat het hem wèl gelukt is maar om eerlijk te zijn neem ik moeke op schildergebied met de overtreffende trap van een korreltje zout. Zij denkt zum bleistift dat gewoon er even overheen schilderen afdoende is. HAHAHA, dat geloof je toch niet? Dan klemmen de deuren toch? Hahaha, vrouwen😂

Nee, lieve lezer, pa heeft deze klus nooit afgekregen. Hij heeft de helft gered. Het hele huis zit onder de grondverf. Ja, zelfs de muren. 😄

Gisteren ben ik begonnen met schuren. Licht schuren dat is. En dan zal ik, zodra het weer wat zomerser wordt, pa zijn klus even afmaken. Ik ben er nou toch.

Dan ben ik even van de straat, is moeke weer blij en ik ga ervan uit dat pa van boven tevreden meekijkt.

We vakantie’en!


​​

Le tuf de France (part deux)

Na ons hachelijke avontuur tuften we vrolijk dieper Frankrijk in en ik vroeg me af waarom we deze route namen in plaats van de zonroute naar het zuiden. En toen bedacht ik me dat we eerst nog cultuur gingen opsnuiven natuurlijk. Wat is nou een vakantie zonder cultuur opsnuiven, vraag ik je? Oradour-sur-Glane had ik een blaadje zien staan, ik moest daar naartoe. Oorlogfetisjist als ik ben. In dit plaatsje zijn de meest gruwelijke misdaden gepleegd tijdens de oorlog en het ziet er nog steeds zo uit als in 1944. We waren er diep van onder ingedrukt en mocht je daar ooit in de buurt zijn, een aanrader.

De zonroute, of zoals de Fransen zo prachtig zeggen; A7, daar moesten we heen. Ik had een landkaart van Frankrijk op ware grootte over de motorkap gevouwen en zag in een oogopslag, ik ben immers een man 😉, dat er twee opties waren. Optie 1 was een kleine 100 kilometer over een snelweg terug en optie 2 was een tussendoorweggetje van exact 32 kilometer. De keuze was snel gemaakt.
Nu blijken Franse tussendoorweggetjes van exact 32 kilometer in werkelijkheid slecht onderhouden schijtwegen van 847 kilometer te zijn en ik begon me meer en meer af te vragen waarom ik niet naar voormaligje had geluisterd toen ik mijn keuze doordramde.
Zucht.

Halverwege de middag bereikten we dan eindelijk de hemelse weg en ik trok de conclusie dat mijn 14 pagina’s tellende rittenschema wel in de prullenbak gemikt kon worden. (kaartleesgrap alert) Dit tot opluchting van voormaligje, ze is een vrouw immers 😄
Het was bloedheet maar mensen, wat was ik in mijn nopjes! Zonnebrilletje op, overhemd open, armpje uit het raam, lekker muziekje aan en de airco uit. Want die zat toch niet in de Peu. En lekker toeren van tolpoort naar tolpoort. Heerlijk!
Voorbij Lyon werd het heuvelachtiger en ik merkte dat de Peu er wat moeite mee kreeg. Maar ook luid toeterende en met grootlicht seinende auto’s achter me gaven me die indruk. Ik ging uit de meest linkerbaan. Nog verder naar het zuiden werd het zelfs bergachtig en ik moest iets verzinnen om mijn voiture nog enigszins waardig te houden. Ik paste mijn rijtactiek aan. Ik moest wel.
Bij het aanzicht van een berg versnelde ik naar z’n top van 145 en zo knalde ik die berg op. Maar hoe ik het ook probeerde en hoe mijn Peutje ook zo z’n best deed, halverwege viel ik bijkant stil. Tot enorme ergernis van de mede routegebruikers.
Aan alle kanten vlogen auto’s ons voorbij. Auto’s met caravan scheurden ons voorbij. Vrachtauto’s vroemden ons voorbij. Boze boeren op tractors reden ons voorbij. Op een gegeven moment passeerde zelfs het Tour de France peloton ons langs de linkerzijde. Mèn, de schaamte!
Een gendarmeriër op motor vond het mon dieu! en stuurde me naar de meest rechtse baan. De loserbaan. Tussen de zwaar beladen vrachtwagens in. Die met 30 km/u omhoog gaan.
Zucht.
Voormaligje had het hele ritueel niet meegekregen en vroeg waarom ik hier ging rijden. Ik zei dat we er zo af moesten.
Dat de afrit nog 312 kilometer duurde heb ik er maar niet bij gezegd.

De tuffer heeft ons daarna nog 3 keer heen en weer gebracht en is in 2004 overleden.
RIP zacht, mon voiture amour ❤️

Le tuf de France (part une)

 Ik parkeerde gisteren zowaar naast m’n autootje van lang geleden. Nou ja, niet dezelfde want die is in het heetst van de tijd gestorven maar wel hetzelfde type. Een Peugeot 205 Colorline. Een dieseltje. Schitterende wagen. Comfort van m’n kont, uitstraling van m’n kont, vermogen van m’n kont maar wat hebben we een plezier van deze voiture gehad. M’n tuffertje.

Vakantie naar Frankrijk, lang geleden. Zuid Frankrijk dat is want je kunt wel in Noord-Frankrijk resideren maar dan is het nog elke dag een pokke end rijden naar de Middellandse zee, redeneerden wij. Voormaligje reed het eerste stuk want ik had waarschijnlijk de avond ervoor onze aanstaande vakantie gevierd met zwagert want zo ging dat lang geleden.
De auto tot de nok gevuld, de tank vol diesel en de banden op volle hardheid. En ja hoor, dat vond voormaligje niet fijn rijden. Zucht, vrouwen….. Ergens bij een tankstation stopten we voor de eerste pauze en één van ons betaalde binnen de tankbeurt en één van ons liet wat lucht uit de banden glippen. Ik laat even in het midden wie wat deed maar laten we voor het verhaal maar aannemen dat voormaligje het laatste deed.
Midden op de Periferique, net voorbij Parijs, kwamen allemaal Fransosen en Fransoosters naast ons rijden. Druk zwaaiend en wijzend probeerden ze mij iets duidelijk te maken. Maar ik spreek geen woord Frans gebarentaal dus zwaaide ik vrolijk terug. Ze zullen het wel leuk vinden, een Nederlands stelletje in zo’n petit Frans autootje, dacht ik.
Plots zag ik witte rook langs mijn raam fladderen. Huh? Ik draaide mijn raampje open en zag dat de rook bij het linkervoorwiel vandaan kwam. Stond mijn voorband bijna in de fik! Ja hallo! Had niemand me even kunnen waarschuwen? Arrogante Fransen! Zucht.
Bij een tankstation koelden we de band af met water en pompte ik beide voorbanden op, op gelijk niveau.

Een vriendelijke Frans kwam naar ons toegelopen en vroeg me of ik hem kon helpen. Tenminste, dat begreep ik. Ik spreek geen woord Frans. De scooter van zijn zoon stond achter het tankgebouw geparkeerd want was stuk en hij wilde ‘m achterin zijn auto hebben. Tenminste, dat begreep ik. Ik spreek geen woord Frans. Tuurlijk wilde ik de man helpen, ik ben tenslotte niet voor niets een menseninnoodredder. De man gaf me een wit overallgeval zodat mijn zomerse outfit (overhemd, korte broek, slippers, zonnebril) niet onder de smerige smeer zou komen te zitten. Nou zeg, wat een sympathieke geste van die vriendelijke man, dacht ik. Ik hoefde niet eens al mijn kracht te gebruiken, in een wip stond de scooter achterin. De man gooide de achterdeuren van zijn auto dicht, bedankte me uiterst vriendelijk en reed zwaaiend weg.
Onze Peu was ook weer klaar voor gebruik, wij vervolgden onze weg. “Heb jij nou net geholpen een scooter te stelen?”, vroeg voormaligje. “Nee joh, die was van zijn zoon.”, antwoordde ik.
Toch? TOCH? 😬🙄

Herinneringen kweken

Man man man, wat is mijn leven ook een strak georganiseerd geheel hè? Schreef ik vorig jaar over ‘mijn eerste hoogtepunt’ en exact een jaar en een dag later is het zover.
Ik nam Sam mee naar een play off wedstrijd van Donar en, hoe toevallig, weer tegen de mannen van Den Bosch.
Via via via via had ik 2 kaartjes kunnen bemachtigen (connecties: altijd handig) en tegen 7 over half 7 liepen we richting Martini Plaza (dichtbij wonen: altijd handig). Onderweg vertelde ik dat het waarschijnlijk heel druk zou worden en dat baarde hem zorgen. “Hoe lang is die rij dan?” “Ik heb een keer met oma een half uur in de rij gestaan.”, zei hij somber. Oh, dacht ik, dit moeten we niet hebben, het moet natuurlijk wel een reusachtige ervaring voor hem worden.
En dus vertelde ik anekdoten uit mijn jonge (lees alcoholische) jaren terwijl we door mijn oude buurt liepen. Slappe lachen was het bij ons.

Martini Plaza is niet meer de Evenementenhal van vroeger, ik had geen idee waar we naartoe moesten. Achter de infobalie stond een meid, type spetter. Ik vroeg naar de hoe en wat en we flirtten opzichtig met elkaar. Tot mijn oog viel op de 2 tattoos boven haar units in haar sympathieke decolleté. Ik kapte het gesprek af en nam Sam bij de hand. Tssss, dat ziet er toch niet uit!
We zaten ergens halverwege bovenin en (sarcasme modus on) gelukkig zaten we maar 10 meter van de plaatselijke trommelaars af. (sarcasme modus off). We hadden er tenslotte ook pal naast kunnen zitten en ik bedacht me dat het maar goed was dat Teun niet mee was.
De hal stroomde vol, de warming up werd gedaan, de spelers werden spectaculair voorgesteld en ik vroeg Sam wat hij ervan vond. “Nou, net als bij het eerste van korfbal.” ………………………… Oh. Bummer 😬😞.

De eerste helft speelde Donar niet best, Sam concentreerde zich vooral op de spelregels en hoe vals de tegenstander soms speelden. Na de rust zag ik een heel ander Donar.
Maar ook een hele andere Sam! Hij werd ineens bloedfanatiek! “MIS MIS MIS” als Den Bosch een vrije worp mocht nemen. Met gebalde vuisten omhoog springen als Donar scoorde. En meedoen met de trommelaars “DONAR boemboemboem DONAR boemboemboem.” Ik vond het prachtig om te zien. Hij was om, hij genoot.
Donar won ook de derde play off wedstrijd en ze zijn hard op weg om weer landskampioen te worden.

Op de terugweg had ik een heel blij mannetje aan m’n hand. Ik was trots. Net als ik 35 jaar geleden vergeet hij dit nooit meer.
En Teun? Die had zich prima vermaakt met oma. Zijn doop komt volgende maand, als we met ons drietjes naar het Nederlands elftal gaan.

We herinnering kweek’en!